Boer Veilig
 

Henk Peters: “Insemineren kun je leren: een rietje drukt jou niet dood, een stier wel...”

Tekst: Christel Klok, Beeld: Kim van Zanten

Wat is er precies gebeurd?

“In 2006 hadden we twee pinkenstieren en elke stier had zijn eigen groep pinken. Eén van deze stieren was al een jaar of vier oud en was behoorlijk gegroeid. Hij had zijn eigen verbrede voederplaats langs het hek. Als hij had gegeten en hij liep terug, trok hij soms aan de hendel van het tussenhok, waardoor deze losschoot. De stier liep dan naar het nabijgelegen hok waar hij het andere mannetje begon uit te dagen. Dat is denk ik wel een stuk of tien, vijftien keer gebeurd. Keer op keer ging ik er weer heen om de stier, door middel van een ijzeren pijp, terug te leiden naar zijn eigen groep. Na een keer of vijf was het zelfs al zo dat, wanneer hij mij aan zag komen, hij uit zichzelf terugliep naar zijn eigen hok. Dan hoefde ik alleen nog maar het hek dicht te doen en klaar was Kees.”

Naam: Henk Peters
Leeftijd: 56 jaar
Woonplaats: Eersel
Type bedrijf: Vleesvee en akkerbouw, voorheen ook melkvee.
Gebeurtenis: Ongeluk met een stier

De laatste keer ging het alleen niet zo makkelijk..

“Ik stond op het punt om een wagen gras te halen voor de koeien, toen ik zag dat de stier weer in het verkeerde hok lag. Traditiegetrouw pakte ik de ijzeren pijp en stond de stier weer zuchtend op. Waar hij normaal gelijk naar het hek toedraait, richtte hij nu zijn volledige focus op mij. Ik stond ineens oog in oog met een stier, maar kon geen kant op. Ik had ooit ergens gelezen dat je in zo’n situatie een stier een klap op zijn oog moet geven, dan schrikt het dier en heb je in ieder geval even de tijd om na te denken. Helaas kreeg ik daar de kans niet voor. Voor ik het wist werd ik door de lucht geslingerd. Zo’n zes meter verderop kwam ik tegen de muur tot stilstand. Tijd om te bedenken wat er precies gebeurde, had ik niet. Binnen no-time stond de stier al weer bij me. Ik lag op mijn zij, de stier zakte door zijn voorpoten en duwde met zijn kop op mijn lichaam. Hij hield me als het ware in de houdgreep en begon steeds harder te drukken. Ik kon geen kant op. Het enige wat ik kon, was roepen om hulp en hopen dat mijn zwager, die in de melkstal bezig was, mijn noodkreet zou horen..”

En was dat zo?

“Ja, mijn zwager was gelukkig vrij snel ter plaatse. Hij zag mij liggen en moest eerst even schakelen. Wat kon hij doen om mij te helpen zonder zelf het doelwit te worden? Terwijl de stier steeds harder op mijn ribbenkast en schouder begon te drukken, is mijn zwager het hok in geslopen. Hij heeft de stier van achter benaderd en hem een flinke trap tussen de benen verkocht. De stier deinsde terug en ik kreeg de kans om uit deze benarde positie te ontsnappen. Via de onderkant van een drinkbak ben ik in een andere box gerold. Helaas was de stier niet voor de gek te houden en stond deze binnen een paar seconden weer voor mijn neus. Via de ligbox gooide hij mij omhoog waardoor ik aan de andere kant van het hek belandde. Een geluk bij een ongeluk, want daardoor was ik dicht bij de poort en kon ik in ieder geval het hok uitkruipen.”

En toen?

“Vanaf toen weet ik niet veel meer. Er waren die dag twee monteurs onderhoud aan het plegen in de melkstal en een kameraad van mij kwam langs om naar mijn computer te kijken. Volgens hen was het geen prettig gezicht. Er kwam overal bloed uit: uit mijn ogen, oren, neus, mond, overal. Gelukkig kan ik mij dat zelf niet meer herinneren.”

Wat herinner je je nog wel?

“Op een gegeven moment zag ik helemaal niks meer, alleen een rode waas. Waarschijnlijk is dat het bloed geweest waar de omstanders het over hadden. Toen het rood na een tijdje veranderde in wit, was het net alsof ik in een overbelichte witte kamer was beland. Mijn zicht veranderde niet alleen, ook het geluid om mij heen viel plotseling weg. Het was doodstil. Ik dacht bij mezelf ‘dit is niet goed, ik moet wel blijven ademen’. Wat er toen gebeurd is weet ik niet, maar langzaamaan veranderde het wit weer naar rood en begonnen mijn oren te suizen. Het geluid kwam weer terug en pas op dat moment voelde ik een immense pijn.”

Met loeiende sirenes naar het ziekenhuis

“In de tussentijd heeft mijn zwager 112 gebeld en ben ik per ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Ik had een gebroken schouder, mijn rechterribben waren volledig afgebroken en aan de linkerkant waren er vier gebroken, ik had een klaplong en een hartkneuzing. In het ziekenhuis hebben ze mij gelijk onder een scan gelegd om te kijken wat voor schade de stier had aangericht. Halverwege dit onderzoek kreeg ik voor de tweede keer een klaplong en ben ik per direct op de IC geplaatst. Na een dag werd ik steeds benauwder en hebben ze me aan de beademing gelegd. Van de drie dagen die volgden weet ik nagenoeg niks meer. Hierna ging ik beetje bij beetje een stukje vooruit en na ruim twee weken mocht ik van de artsen weer naar huis.”

Dan volgen er een paar lange maanden..

“Ja, de eerste maanden kun je thuis gewoon écht niks doen. Alles wat je doet, doet zeer. Ik heb in het begin zelfs zittend geslapen, in bed liggen deed simpelweg teveel pijn. In de loop der tijd ben ik kleine afstanden af gaan leggen. Aan meer dan tien meter heen en tien meter terug moet je dan niet denken, want daarna was de koek ook echt op. Het heeft wel enkele jaren geduurd voordat ik wat dat betreft weer op een ‘normaal’ niveau was. Ik heb dit heel langzaam opgebouwd, zodat ik steeds iets langere afstanden kon overbruggen. Verschillende jaren heb ik moeten revalideren, maar de ribben rechts zijn nooit meer terug gegroeid zoals ze oorspronkelijk zouden moeten zitten. Volgens de radioloog kun je het vergelijken met een Chinese legpuzzel. Het voelt ook niet zoals voorheen. Het is echt een harde plaat geworden, waardoor mijn rechterlong ook niet naar behoren kan werken. Omdat het veel littekenweefsel heeft opgelopen door het ongeluk, werkt de long nog maar voor 40%.

Dat is heel weinig! Wat merk je daarvan?

Hierdoor ben ik extra vatbaar voor longaandoeningen zoals corona. De afgelopen maand heb ik dan ook flink in de lappenmand gezeten, maar ik ben nu gelukkig weer aan de betere hand. Tijdens de werkzaamheden op de boerderij ben ik sneller buiten adem dan een gemiddeld mens. Nu klinkt dat niet zo erg, maar doordat mijn rechterlong op zo’n punt blokkeert, kan ik mijn ademhaling weer moeilijk onder controle krijgen. In eerste instantie hadden de artsen mij verteld dat de rechterkant van mijn midden lichaam volledig gevoelloos zou blijven. De eerst jaren was dit ook het geval: ik had geen pijn aan mijn ribben, maar ik voelde verder ook niks. Tot die ene dag in 2016: ik was met de werkzaamheden in de melkstal bezig en voelde ineens een zeurende steek in mijn borst. Dat was raar, die plek was al zo’n tien jaar volledig gevoelloos. In het ziekenhuis hebben ze daar een scan van gemaakt. En wat bleek? In de dode zenuwuiteinden, die tijdens het ongeluk kapot zijn gegaan, vond wildgroei plaats. De zenuwen waren ongecontroleerd gaan groeien en gaven daardoor grotere prikkels af dan normaal. Gelukkig heb ik nu goede medicatie gekregen tegen de zenuwpijn om het zeurende en stekende gevoel weg te kunnen nemen.”

Hoe lang heeft het geduurd voordat je weer volledig aan het werk kon?

“Sinds het ongeluk met de stier heb ik nooit meer voor de volle 100% kunnen werken. Ik heb de eerste jaren met extra hulpploegen gewerkt. We hadden een vaste medewerker in dienst en kregen hulp van mijn zwager. Nu doen we het voornamelijk met oproepkrachten. Ik weet van tevoren namelijk niet hoe ik mij de volgende dag voel. Dat maakt het soms wel lastig.”

Heb je ooit weer oog in oog met een stier gestaan?

“Nee, de stier is gelukkig de volgende dag meteen opgehaald. Ook de andere stier en het opfokvee zijn vrij snel na het ongeluk vertrokken. Ik merkte wel dat, toen ik na een jaar weer enigszins mobiel was, ik bang was geworden voor groepen dieren. Als ik de koeien bijvoorbeeld achterom wilde doen voor het melken en ze begonnen wat te trappelen, dan vond ik het spannend om daar tussen te staan. Na een half jaartje kreeg ik weer steeds meer vertrouwen in de koeien en voelde het al snel weer als voorheen.”

Doe je dingen nu anders dan voor het ongeluk?

“Sinds het ongeluk heb ik echt een ‘allergie’ gekregen voor stieren. We hebben dan ook nooit meer een stier op de boerderij gehad. Hoewel het die jaren ervoor heel mooi ging, durf ik het gewoon niet meer aan. We insemineren de pinken nu via een rietje. Een stuk veiliger, want dat rietje drukt jou niet dood. Ik ben in die zin zeker wel voorzichtiger en oplettender geworden. Niet alleen tussen de dieren, maar ook met machines of tijdens het autorijden. Ik ben me steeds meer bewust van het feit dat je simpelweg niet altijd geluk kunt hebben. Er kan altijd iets gebeuren.”

Hoe heeft jouw gezin het ongeluk ervaren?

“Toevallig begon mijn vrouw er laatst nog over dat, wanneer een partner zwaargewond in het ziekenhuis ligt, het gezin dan vaak wordt vergeten. Als mensen belden hoe het ging, vroegen ze voornamelijk hoe het met mij ging, terwijl het ook een enorme impact op mijn vrouw en kinderen heeft gehad. Onze kinderen waren toen nog vrij jong, ze zaten in de laatste jaren van de basisschool en gingen er beide totaal verschillend mee om. Waar de oudste iedere dag mee ging naar het ziekenhuis, wilde de jongste al wel weer spelen met vriendinnen. De aandacht gaat altijd naar degene die het is overkomen, maar het gezin moet er net zozeer doorheen.”

Welke tip heb jij voor je collega-boeren?

“De meeste stierenhouders denken gewoon ‘mij gebeurt dat niet, ik heb zo’n brave stier’ en daar ligt nu net het gevaar. Ik meende ook dat we een brave stier hadden. Ik kwam al vijftien keer bij hem in het hok, maar de zestiende keer had hij zijn eigen plan. Je kunt het je gewoon niet riskeren. Ook al is de kans één op 100, de kans is wel heel groot dat je het na die ene keer niet meer kunt navertellen. Mijn tip? Je kunt beter insemineren, want een rietje kan jou niet dooddrukken! Het is misschien iets meer werk, maar dat weegt wel op tegen het gevaar dat je anders kunt lopen.“

Wat motiveert jou om dit verhaal te delen?

“Toch een stukje waarschuwing. Op veel agrarische bedrijven blijven door drukte veel dingen liggen. Dat was bij ons ook het geval. Achteraf denk je ‘hadden we de grendel maar zo gemaakt dat de stier niet meer los kon breken’, maar dan ben je druk en denk je ‘dat doen we wel een keer’. Het lijkt mij goed als er een soort coach opstaat binnen het bedrijfsleven die bedrijven met een frisse blik kan adviseren op het gebied van veiligheid. Ik denk dat de combinatie van het druk zijn en de gedachte ‘het loopt wel los’ er zeker aan bijdraagt dat deze ongelukken gebeuren. Een frisse blik van zo’n adviseur kan, mijn inziens, heel wat ongelukken voorkomen.”